'Ik communiceer dus ik besta...'

We zijn een organisatie van zeer ervaren zowel als talentvolle jonge journalisten, filmers en fotografen. We verzorgen website-content, blogs, vlogs, video's, bedrijfsfilms, documentaires, artikelen, verslagen, interviews, white papers en boeken voor grote en kleinere bedrijven, culturele instellingen, universiteiten, sportclubs, goede doelen. Wil je bestaan en meedoen als organisatie dan 'moet' je anno nu continu communiceren, en met inzet van de juist media. Wij kunnen u daarbij helpen.

Wilt u iets vragen, bespreken of een afspraak maken, wij zijn altijd goed te bereiken op onderstaand email adres.

Hartelijke groet, De BlogMasters

deblogmasters@gmail.com

 

 

 

Lees meer »

Go Glocalise!

Go Glocalise!

25 nov 2016 13:49

Lange tijd gold, 'n tikje gechargeerd: zorg ervoor dat je tijdig én ruim aanwezig bent in de nieuwe markten, dan groeit je omzet vanzelf. Maar dat is veranderd. Het blijkt toch niet zo makkelijk om succesvol te opereren in opkomende economieën.

Schermafbeelding2016-11-26om135130-1.png

Go Glocalize!

Lange tijd gold, 'n tikje gechargeerd: zorg ervoor dat je tijdig én ruim aanwezig bent in de nieuwe markten, dan groeit je omzet vanzelf. Maar dat is veranderd. Het blijkt toch niet zo makkelijk om succesvol te opereren in opkomende economieën.

L’Oréal besloot om haar merk Garnier terug te trekken uit China, evenals concurrent Revlon. Er heerst een handelsoorlog met Rusland. En in Brazilië houden consumenten de hand op de knip door hoge inflatie en recessie. Nieuwe inzichten zijn dan ook onontbeerlijk om tot een weloverwogen expansiestrategie te komen.

 Deze zomer kwamen in Brazilië de BRICS weer bijeen: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika. Grote, opkomende markten die hun mondiale politieke, economische en culturele invloed willen vergroten. De leiders van de club vertegenwoordigen meer dan 40% van de mensheid. Het initiatief reflecteert wat er zich aan sentimenten in die landen onder de bevolking voordoet. Welke dat zijn komt goed naar voren uit ons Motivaction Glocalities-onderzoek dat wij in 20 landen hebben gehouden onder 48.000 respondenten. Duidelijk is dat er een zelfbewuste middenklasse opstaat die niet langer zomaar slikt wat westerse multinationals serveren. En dat heeft verstrekkende gevolgen.

Schermafbeelding2016-11-26om135142-1.png

Multinationals onder druk in nieuwe economieën

We zagen de laatste tijd Kentucky Fried Chicken in China, met 4000+ restaurants, moeizame pogingen doen het junkfoodimago om te buigen met een concept dat zich richt op relaxte gezelligheid. Na een snelle groei is het sentiment over KFC in China omgeslagen. Lokale restaurants kunnen ondertussen namelijk hetzelfde én beter of anders gezegd 'Chineser', volgens een toenemend aantal Chinese consumenten. Consumenten die inmiddels ook hun eigen filmindustrie prefereren boven ondertitelde Hollywood-films. We zagen deze zomer in Rusland dat McDonald’s, gezien als symbool van westers consumentisme, gedwongen was 12 vestigingen te sluiten, officieel vanwege hygiënische omstandigheden. In India reflecteert de komst van prime minister Narendra Modi een golf van nieuw nationaal zelfbewustzijn. We zien in Indonesië hoogopgeleide werknemers kortstondig kiezen voor een welbetaalde functie bij een westerse multinational om na een paar jaar gepokt en gemazeld het eigen familiebedrijf in de vaart der volkeren op te stuwen. De voorbeelden van een toenemend zelfbewustzijn en kritiek op het westen liggen voor het oprapen en de verbindende factor is dat groeiende nieuwe markten niet langer zomaar als de kip met de gouden eieren kunnen worden beschouwd. Globalbrandingstrategieën van multinationals blijken niet meer van nu en sluiten niet aan bij ontwikkelingen en trends in nieuwe economieën. Het is tijd om serieus werk te gaan maken van glocalization; de welbekende ‘think global, act local’-strategie.


Hoe het niet moet

Laten we de in het Motivaction Glocalities-onderzoek beschreven L’Oréal Case er eens bij nemen – als voorbeeld van hoe het niet moet. Het grote Franse cosmeticamerk stelt dezer dagen nog altijd: ‘A luxury brand does not adapt to it’s consumers’. En dus zien we ze overal ter wereld dezelfde modellen de producten aanprijzen, alsof de globalisering op de oude voet verdergaat en er niets is veranderd. Vroeger, toen het westers schoonheidsideaal de boventoon voerde volstond dat misschien, maar in nieuwe markten ligt dat niet meer voor de hand. De somber en ’Paris chique’ ogende modellen slagen er niet in om de nieuwe middenklasse in China te overtuigen en aan te sluiten bij lokale schoonheidsidealen. In China floreren intussen met L’Oréal concurrerende cosmeticamerken onder meer door de nadruk op de daar zo geliefde ‘sprekende ogen’ en diverse varianten van ‘skin whitening products’ te leggen. Details, maar juist in de details zit het onderscheidend vermogen. En om nog maar een belangrijk detail te nemen – ook de motieven om cosmetica te kopen verschillen  wereldwijd. Voor Franse vrouwen mag het dan een ‘gewoonte’ zijn en vooral het ‘jezelf zeker voelen’ een grote rol spelen. Voor Chinese vrouwen is cosmetica kopen in mindere mate gewoon, en is ‘jezelf jonger voelen’ van veel groter belang dan zekerheid. Zal L’Oréal zich aanpassen nadat het Garnier al van de Chinese markt heeft moeten halen? De tijd zal het leren.

Gevoelige vinger aan de pols van de nieuwe middenklasse

Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat de kansen in de genoemde markten verkeken zijn. Een markt die meer dan 40% van de wereldbevolking omvat kun je uiteraard ook niet negeren. Maar het neokoloniale one size fits all is anno 2014 een doodlopende weg. Als het Glocalities-onderzoek iets duidelijk maakt is het wel dat de puur zakelijke marktkennis niet langer volstaat om de nieuwe fase van globalisering bij te benen. Consumenten in opkomende markten zijn fundamenteel anders dan westerse consumenten. Culturele verschillen voeren de boventoon en een nieuwe middenklasse ontwikkelt zich in hoog tempo. Wie er bij wil blijven behoeft feitelijke inzichten, crossculturele kennis en een zeer gevoelige vinger aan de pols.

 

* Van onze BlogMasters verslaggever

 

 

Lees meer »

Carrièrepad? Niks daarvan, gewoon gelijk beginnen. Zoals Erjon Tuenter en Erik Wiese met Blauw Gras. Serie: Uit de schoolbanken

Schermafbeelding2016-11-10om124943-2.png

Schermafbeelding2016-10-24om165559.pngJongensboek, jongensboek... dat is wel een beetje een cliché’, zegt Erjon Tuenter, 28 jaar oud en operationeel directeur van Blauw Gras. ‘Maar toch, als ik terugdenk...’  Zo ver hoeft Tuenter niet terug te denken. Vijf jaar geleden studeerden hij en zijn leeftijdgenoot, creatief directeur Erik Wiese, marketing, aan de Universiteit van Tilburg. 

Ze kwamen elkaar tegen, bleken hoog in de jeugd van Go Ahead Eagles en De Graafschap te hebben gespeeld en vonden een oud KNVB-formulier terug waarop ze samen als voetballende jochies staan. Vriendschap geboren. De afstudeerscriptie deed de een bij Sportlife en de ander bij Heinz. ‘Het voor marketingcommunicatie inzetten van sociale media stond nog in de kinderschoenen’, herinnert Wiese zich. ‘Wij waren er vol van maar zelfs bij gevestigde merken had men er nog niet echt een idee over. Dus wij dachten: daar zit een gaatje.’

Op zoek naar Leo Veensma

Allebei tweehonderd euro gepind achter het huis van Wiese, op de fiets naar de Kamer van Koophandel en Blauw Gras was geboren. De naam verwijst naar het gezamenlijke voetbalverleden en het voornemen het ‘net even anders’ te doen. ‘Je netwerk afbellen, daar kijk je tegenaan als je begint’, zegt Wiese. ‘Dat betekent natuurlijk overwegend “nu even niet”.’ Maar Peijnenburg wilde wel. Daar liep toen de campagne ‘Heel Holland hapt naar Peijnenburg behalve Leo Veensma’. <https://www.youtube.com/watch?v=u1qg0IdBLK8> ‘Veensma was een fictief persoon en de vraag was of wij met dat gegeven niet wat konden bedenken voor de sociale media.’ Blauw Gras begon een uitgebreide zoektocht naar Veensma en haakte daarbij op een opvallende manier op de actualiteit in. Hapte bijvoorbeeld Willem-Alexander op koningsdag ergens naar koek, was Blauw Gras er als de kippen bij om er op sociale media een happening van te maken.

Schermafbeelding2016-10-24om165628-1.png

Fotografie: Leo Porro

Hippe Houthavens

Na Peijnenburg gingen de sluizen onverwacht snel open. In de woorden van Tuenter: ‘Dat sociale media een effectief middel kunnen zijn, begon gemeengoed te worden en wij pasten perfect in die ontwikkeling.’ Grote klanten volgden, zoals Burger King, Absolut en De Telegraaf. Ondertussen was de hele boel al in letterlijk één bus geladen en vanuit Tilburg naar de rap verhippende Houthavens in Amsterdam verplaatst. ‘Op een gegeven moment kun je mensen met specifieke kwaliteiten aannemen’, zegt Wiese. ‘De expertise groeit en het vak merkt je op. Je wordt een echt bureau.’

Mensen verbinden

De hamvraag is natuurlijk: wat onderscheidt Blauw Gras nu eigenlijk? Goed voorbeeld vinden beiden de Malibu-campagne. Dat is een mixdrankje, met ‘zomers’ en ‘delen met je vrienden’ als belangrijke waarden. Dus maakte Blauw Gras een zogeheten actieplatform waarop de doelgroep mixdrankjes ‘klaar kon zetten’ en vrienden uitnodigen om een kans te maken op een gezamenlijke vakantie in Curaçao. ‘Dat werk is natuurlijk sterk verbonden met sociale media en sharing, want daar liggen onze wortels’, zegt Tuenter. ‘Het is digitaal, zoals alles wat we doen – en we zaten al binnen enkele weken op tienduizenden participanten. Dat is waar veel merken nu naar op zoek zijn: digital first-campagnes met een nadrukkelijke sociale component, erop gericht mensen te verbinden.’

 

Schermafbeelding2016-10-24om170010.png

Topsportmentaliteit

Beiden noemen nog enkele factoren die Blauw Gras hebben geholpen. De Peijnenburg-campagne, was, zegt Wiese: ‘...bewijsvoering’ - daarmee konden we wat laten zien. En ook mooi meegenomen – de sociale media worden pas een jaar of vier structureel ingezet. 'Wij zaten er vanaf het eerste begin bij dus dan hoor je op een gegeven moment vanzelf bij de experts.’ Tuenter noemt verder snelheid. Je kan hen, zegt hij, ‘in de ochtend bellen en ’s middags heb je wat – en dat is ook nodig op de sociale media’. Ten slotte roemen ze ook de topsportmentaliteit, opgedaan als voetbaltalenten. Wiese: ‘Topsportmentaliteit betekent tot het uiterste gaan. En topsport is zelf beter willen worden maar wel weten dat je daar een team voor nodig hebt. Dat op zich maakt nog geen goed bureau maar het helpt wel als je zo hebt leren denken.’

 

* OVER BLAUW GRAS

Erjon Tuenter en Erik Wiese studeerden allebei Marketing Management aan de Universiteit van Tilburg. In september 2011 begonnen ze met Blauw Gras. Het bureau gaat inmiddels richting twee miljoen omzet, telt achttien werknemers en werkt onder meer voor Chiquita, Burger King, Hornbach, Peijnenburg, Monuta, De Telegraaf en Lotus.

Van onze BlogMasters verslaggever

 

BlauwGrasVideo.png

 

[* Zie zo u wil het videoverslag op Adformatie.nl, hier op de site of op: https://www.youtube.com/watch?v=Q_3HdRyat6Y]

Lees meer »

Onlangs ging in Parijs The Fourth Phase in première; een bioscoopfilm over snowboarden, maar vooral een marketinginstrument van Red Bull.

 

Schermafbeelding2016-11-10om124943.png

‘Kijk, hier gebeuren de dingen en de wereld is daarbij, dat is toch fantastisch!’ Aan het woord is Ben Bryan, vriendelijke cowboy, regisseur en producer bij Red Bull Media. Bryan doelt op het ten dele door hem gecreëerde mediacircus rond de première van de snowboardfilm The Fourth Phase. Hippe sportwinkels vol strak ogende veiligheidsmannen zijn afgehuurd voor meet & greets. De première is in

Le Grand Rex; de grootste bioscoop van Europa, en beschermd art-deco-monument. Horden fans staan uren in de rij. Straks zal hoofdrolspeler Travis Rice – een van ‘s werelds beste snowboarders - ‘misschien’ (maar wel zeker) ook nog van zich laten horen. Parijs lijkt even van Red Bull.

Schermafbeelding2016-10-07om103529.png

Zakenman

The bull never speaks is de Red Bull-stelregel, wat wil zeggen dat de events voor zichzelf moeten spreken en het personeel niet over het merk mag praten. De gesponsorde sporters mogen dat − ietwat geregisseerd – wel. ‘Natuurlijk gaat het over snowboarden’, reageert hoofdrolspeler Travis Rice dan ook desgevraagd. Hij heeft voor andere grote projecten eerder samengewerkt met Red Bull en is behalve snowboarder ook zakenman, met een duidelijke idee over de merken waaraan hij zich het best kan verbinden. ‘Maar dit...’ gaat hij verder, en kijkt naar de drukte om hem heen, ‘dit hele gebeuren is marketing natuurlijk. Wij vertellen het verhaal van het merk en daar hoort deze event bij.’

2Schermafbeelding2016-10-07om102637.png

Trevor Rice

[* Bekijk het filmverslag op Adformatie Online - Youtube, https://www.youtube.com/watch?v=FdrqQ7zxBaUmn - of hier op de BlogMasters site: Red Bull première Parijs (C) BlogMasters]

Contentmachine

Over de film zelf kunnen we kort zijn. Rice knalt samen met zijn crew de ene na de andere berg af en lijkt, via een omweg langs de verschillende verschijningsvormen van water, ook nog wat op zoek naar de zin van het leven. De beelden zijn indrukwekkend, de actie fantastisch en de muziek oorverdovend opzwepend. ‘De film staat voor een ander soort marketingcommunicatie – de nieuwe marketingcommunicatie, zo je wilt’, zegt Bryan, die onder het kritisch oog van de meegereisde publiciteitsmedewerkers dus wel over de onderneming praat. ‘Content is king en Red Bull is een contentmachine.’

'Unique consumer engagement'

Die ‘contentmachine’ is wereldmarktleider in energiedrankjes en actief in meer dan 150 landen. Er werken zo’n tienduizend mensen en jaarlijks worden tussen de vijf en zes miljard blikjes verkocht. Red Bull bewerkstelligt dat onder meer door de organisatie van events, met niet zelden impact op mondiale schaal. ‘Een campagne hier, een actie daar, dat doen we dus niet’, aldus Bryan. ‘Het is allemaal long term.’ 

In totaal zijn er zo’n duizend zogeheten unique consumer engagement activities per jaar. ‘En dat levert weer een veelheid aan verhalen op’, zegt Bryan, ‘die we – ik mag wel zeggen, optimaal uitnutten.’

3Schermafbeelding2016-10-07om103351.pngMeebeleven

Bryan weet waarover hij praat, want hij werkte hiervoor bij het Amerikaanse VAS Entertainment, toonaangevend bureau op gebied van sportfilms, geproduceerd en gedistribueerd ten behoeve van marketingdoeleinden. En hij blijkt − nadat de Red Bull-stelregel nog enige malen is aangehaald − toch bereid het praktisch nut van de strategie toe te lichten. ‘Het organiseren van events geeft ons de mogelijkheid het merkverhaal op een veel diepere manier te vertellen. In ons vak is het besef gegroeid dat een commercial of campagne minder gevoelswaarde heeft dan mensen daadwerkelijk van alles en nog wat te laten meebeleven. Dat is de basisgedachte.’ 

Distributie

Even belangrijk is volgens Bryan, de wijze van distributie. Red Bull Media zet bioscoopfilms in, televisieprogramma’s en series, Netflix-documentaires, sociale media, alle denkbare online portals, tijdschriften, enzovoort. ‘Je kunt door de manier waarop je de content inhoudelijk distribueert, over een langere periode heel veel verschillende doelgroepen bereiken. Voor zo’n snowboardfilm lopen relatief weinig mensen warm. Alleen snowboarders komen naar de bioscoop. Maar vervolgens laat je online een serie ultrakorte films zien – waardoor je weer een bredere doelgroep bereikt. 'Dan zorg je voor een making of-documentaire die de tientallen miljoenen Netflix-leden bereikt, en daarna volgt een zoveel-delige televisieserie, waarin naast de sport ook andere aspecten van The Fourth Phase een rol spelen.’

Eerder gedaan

Toch lijkt het ‘dit is de nieuwe marketing’-verhaal dat rond Red Bull hangt, wat overdreven. De langetermijnstrategie, de nadruk op diverse content en zeker ook hoe men de consument een en ander laat meebeleven – het is allemaal eerder gedaan. Bryan ontkent dat niet. ‘Als er iets uniek is, is het misschien de schaal waarop we het doen en de consistentie. Maar wie het eerst of het grootst erin is, doet eigenlijk niet ter zake. Waar het om gaat is dat deze aanpak nu kan. 'De techniek en het sterk toegenomen aantal platform creëren  een mogelijkheid waar je eigenlijk niet meer aan voorbij kan gaan. Ook als je een klein merk bent is het goed je dat te realiseren.’

 Van onze BlogMasters verslaggever.

Lees meer »

MOTIVACTION - 'RESEARCH AND STRATEGY'

Innovatie is the name of the game

Innovaties volgen elkaar in steeds hoger tempo op en spelen ondertussen een doorslaggevende rol in de economie. Hoe snel de zaken veranderen valt op als je kijkt naar een Fortune 100-lijst van tien, vijftien jaar geleden. Het aantal gesneuvelde bedrijven is schrikbarend. En hoe essentieel innovatie is, blijkt ook uit de trackrecord van wel succesvolle ondernemingen als Apple, Google en Samsung.

Innovatie is van groot belang voor bedrijven die relevant willen blijven en een voorsprong op de concurrenten willen verkrijgen en behouden. Het Global Competitiveness Report 2014-2015 van het Wereld Economisch Forum laat zien dat de Nederlandse economie, de op zeven na meest competitieve, vooral gedragen wordt door innovatie. Nederlandse bedrijven geven in verhouding veel geld uit aan research en development, en dienen bovengemiddeld veel patentaanvragen in. Nederlandse onderzoeksfaciliteiten behoren bovendien tot de beste van de wereld. De capaciteit om te veranderen – een intrinsiek onderdeel van innovatie – is uitzonderlijk groot. Iets wat ook gestaafd wordt door het onderzoeksrapport ‘De Veranderkracht van Nederland’ door organisatieadviesbureau Ten Have geproduceerd in samenwerking met Motivaction.

We zouden dus makkelijk kunnen denken dat het in ons land, als het om innovatie gaat, wel voor elkaar is. Maar... er blijven nog opvallend veel kansen liggen. En dat is welbeschouwd een positieve zaak. Dat wil zeggen, dat kan het zijn. Overal in het land zijn marketing-, research- en development-afdelingen gedreven en met indrukwekkende budgetten bezig hét vernieuwende en duurzame product te vinden. De heilige graal als het ware waarmee net die ‘competitive edge’ gepakt kan worden, en waar de concurrentie tandenknarsend naar zal kijken. Maar het aantal producten dat de aftocht moet blazen voordat ze überhaupt tot wasdom zijn gekomen, is ook nog steeds opvallend groot. In sommige branches verdwijnt tot maar liefst 70% van de producten binnen twee jaar nadat ze zijn geïntroduceerd.

De grote vragen zijn: wat kunnen organisaties doen om innovatietrajecten succesvoller te laten verlopen, het slagingspercentage van nieuwe producten te vergroten en de levenscyclus ervan te verlengen? En, belangrijk, wat kunnen de mondige en zelfbewuste consumenten van nu daaraan bijdragen? Het succes komt namelijk niet alleen voort uit wat de technologie mogelijk maakt. Het succes wordt vooral bepaald door de mate waarin de innovatie in staat is een (latente) marktbehoefte te vervullen... ... ... ... ... ... ...

 

 

(* A BlogMasters Production)

Lees meer »

Communicatie 2016

Schermafbeelding2016-11-10om124943-1.png

 

‘Alle wakkere bureaus zien het gebeuren en nemen nu de noodzakelijk maatregelen’, zegt Dick van der Lecq, directeur van Etcetera. ‘Ook wij hebben een eigen video-afdeling op poten gezet en doen ondertussen een kwart van de filmproducties in eigen beheer.’

Hebben we het over een hype, iets waar Van der Lecq ‘verre van wil blijven’? Of is er echt iets aan de hand? Nederlandse bureaus bieden videodiensten in elk geval in toenemende mate aan. Als een van de eersten heeft Fitzroy een eigen ‘branded video unit’ opgezet. Die moet, zo zei eigenaar Jur Baart tegen Adformatie, ‘tegemoetkomen aan de wens van veel marketeers om videocontent en het dna van het merk op een betaalbare en vooral ook snelle manier met elkaar te verbinden’. Ook TBWA\Neboko is inmiddels actief op dit gebied met de nieuwe poot Vidiboko. Het gaat om videoproducties van vijfduizend tot vijftigduizend euro. Vidiboko houdt daarbij creatie, regie en productie straf in eigen hand. ‘Noodzakelijk allemaal omdat de markt verandert’, is de verklaring. Als de geschiedenis zich op de gebruikelijke wijze herhaalt, zullen we ook wat deze ontwikkeling betreft de Amerikanen volgen. Daar is de inzet van videomarketing dit jaar met liefst 50 procent gestegen. En driekwart van de Amerikaanse marketeers is van plan de inzet van videomarketing komend jaar uit te bouwen. Een even groot deel van de consumenten laat ondertussen weten productinformatie bij voorkeur in de vorm van video tot zich te nemen.

Waar komt de ontwikkeling vandaan? De verklaring is eenvoudig, zegt Pelpina trip, specialist op videomarketinggebied en schrijver van het heldere boek ‘Videomarketing in 60 Minuten’: ‘Het maken van films is veel goedkoper geworden want de benodigde spullen zijn hoog van kwaliteit, laag van prijs en eenvoudig te bedienen. Daarbij is het aantal platforms ongehoord toegenomen.' De hegemonie van de 30-secondencommercial wordt in hoog tempo aangetast. Video wordt ondertussen enkele seconden vertoond op Vine, minutenlang op de eigen site, Facebook en onder meer YouTube, en soms zelfs urenlang als er gekozen wordt voor live streaming. Vernieuwend – zeker vanuit die doorgaans wat conservatieve hoek, was de recente presentatie van ‘Ma’, het nieuwe boek van Hugo Borst. De gebeurtenis was vanuit het Luxor Theater in Rotterdam live online te volgen met de streaming app Periscope. ‘Je ziet, net als bij fotografie gebeurd is, dat de top van de markt zich scherper moet definiëren’, zegt Maarten Kuit over de ontwikkeling. Hij bestiert de films en documentaires bij het productiehuis Hazazah. ‘Voor grote kwaliteitsfilms, documentaires en commercials is nog steeds ruimte. Maar bij de markt daaronder, waar je tot voor kort, als het om een commercial ging ook niet onder een flinke investering uitkwam, zien we nu mensen voor de voordelige optie kiezen. En dat loopt soms door tot het niveau “mijn neefje heeft ook nog een camera”.’

Belangrijke vraag is natuurlijk: wanneer zet je die relatief goedkope videomarketing in? Volgens Van der Lecq is er maar één criterium: is het een goede businesscase? ‘Ons doel is welk middel dan ook uitsluitend in te zetten als we denken dat dat het meest effectief is.’ Dat uitgangspunt heeft bij Etcetera al een flink aantal videomarketingcases opgeleverd. Met al meest frappante voorbeeld waarschijnlijk de bekroonde campagne voor Ditzo zorgverzekeringen met oud-voetballer John de Wolf. In het kort: werd de video gedeeld dan doneerde Ditzo een euro aan het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. En dat leverde in een paar dagen een miljoen euro op. ‘Dat delen kun je bij uitstek met online video doen’, vervolgt Van der Lecq. ‘En omdat we dat uiteindelijk het beste idee vonden, hebben we een miljoen aan bestedingen weggehaald bij de in eerste instantie geselecteerde traditionele media.’ Hoe groot of klein je ook bent – als je gevonden en dus gezien wil worden moet je zorgen dat je video op YouTube staat. Daar is iedereen het over eens. Al was het maar omdat YouTube van Google is. Pelpina Trip is verder een groot voorstandevan KISS; keep it short and simple. ‘Gelikt is geen vereiste. Persoonlijk werkt vaak beter. Dus niet te moeilijk doen over eventuele haperingen en versprekingen.’

Blijft de vraag welke actie nu van de reclamemaker en marketeer verwacht mag worden. Er zijn veel plannen, maar er komt nog weinig van de grond. Dat blijkt uit een onderzoek naar de situatie in Nederland, dat marktonderzoeksbureau Trendbox onlangs afronde.’Marketeers vinden videomarketing essentieel en gaan ermee aan de slag, maar een uitgewerkte toekomststrategie ontbreekt nogal eens’, zegt Trendbox-directeur Ruurd Hielkema erover. ‘Gebakken lucht zou ik het zeker niet willen noemen. Het is er, het verandert de markt nu al en het zal een steeds belangrijker rol gaan spelen.’

* Nederland

Het Nederlandse Interactive Advertising Bureau laat bij monde van directeur Govaert Plesman weten dat de inzet van online video-advertising de eerste helft van 2015 met 26% is gestegen is ten opzichte van dezelfde periode in 2014, ofwel nu 40 miljoen is op een totaal aan online advertentiebestedingen van 744 miljoen euro. De door het IAB genoemde 40 miljoen euro is niet niks natuurlijk, maar percentagegewijs dus nog geen damdoorbraak. Spreken de beslissers aan klantzijde zich uit, dan blijkt volgens Trendbox dat: 34% van de marketeers video-advertising al inzet, 32% zegt dat dit binnen 1-2 jaar gaat gebeuren, 34% nog geen concrete plannen in die richting heeft. Plesman voegt daaraan toe dat de verwachte doorbraak niet zozeer door de vraag geremd wordt maar het (nog) geringe aanbod van kwalitatief hoogwaardige video.

 * Facts & Figures

Uit recent onderzoek van onder meer comScore en de Amerikaanse Online Publishers Association blijkt:

4.4% is in de VS het aandeel van videomarketing in de totale reclamebestedingen. In 2013 was dat nog 2.4%.

70% van de marketeers is van plan het videomarketingbudget voor volgend jaar te verhogen. 

32.2 video’s ziet de gemiddelde gebruiker per maand.

90% van de kopers op internet neemt informatie over producten bij voorkeur in de vorm van video tot zich.

80% van de internetgebruikers kan zich nog een video herinneren die in de afgelopen dertig dagen is gezien. 

22% bezocht de website die in de video werd genoemd.

12% van de bezoekers ging tot aankoop over. 

70% van de marketeers zegt dat video tot betere conversie leidt.

88% meer tijd, besteedt de gemiddelde internetgebruiker op een website als daar video te zien is.

en ten slotte... heeft e-mail met het woord video in het onderwerp en/of een videolink in de tekst een aanzienlijk hogere open- en click-through rate.

 

Van onze BlogMasters verslaggever.

Lees meer »

MOTIVACTION - 'RESEARCH AND STRATEGY'

De bankensector staat al dan niet bewust op een keerpunt. Wezenlijke innovaties worden tegengehouden door steeds strengere regelgeving, terwijl 'millennials' die zijn opgegroeid tijdens de webrevolutie, om fundamentele vernieuwing staan te springen. De sector loopt een groot risico voor de toekomst.


Als consumentenbanken zich niet sneller aanpassen aan de 'millennial mindset' zal deze groep jonge consumenten straks met het grootste gemak overstappen naar online platforms voor financiële transacties en naar wezenlijke vernieuwers als Google, Amazon, Apple en PayPal. Het Glocalities-onderzoek van Motivaction, dat onder ruim 48.000 mensen uitgevoerd is in 20 landen die 75% van de wereldeconomie representeren, brengt vele nieuwe inzichten aan het licht.

Slechts 27% van de ruim 18.000 ondervraagde millennials — geboren tussen 1980 en 1995 — zegt expliciet vertrouwen in banken te hebben. 49% hoopt dan ook dat er alternatieven voor de banken zullen komen. 66% vindt het van belang te weten waar banken in investeren en 57% vindt dat banken moeten worden beoordeeld op hun positieve maatschappelijke bijdrage (sociaal dividend).

Uit Viacom onderzoek in de VS blijkt dat banken onderaan de lijst bungelen van merken die door jonge mensen gewaardeerd worden. Banken worden gezien als inwisselbaar. Tijdens de ontwikkelingsjaren van de gemiddelde millennial volgde crisis op zeepbel en werd het bankkantoor ingewisseld door de anonieme pinautomaat en betaalapps. De bank, een vaste praktische waarde in zoveel volwassen mensenlevens, kan bij jongeren nauwelijks op loyaliteit rekenen.

En de banken zitten nou niet direct in een soepele voorwaartse beweging om uit dit dilemma te komen. Millennials willen hun producten persoonlijk, mobiel, innovatief en goedkoop. Maar banken houden zich — deels gedwongen door toezichthouders en uit eigen noodzaak — bezig met het voldoen aan steeds strengere regels en tonen zich weinig flexibel, innovatief en visionair. Daarbij komt dat ze zich nog steeds richten op de wat oudere en gearriveerde klant en niet zozeer op de onconventionele wensen van de doorgaans minder kapitaalkrachtige maar grote groep millennials.

 Extra ondermijnend is dat de markt voor eenvoudige betaaldiensten toegankelijker is dan ooit. Voor techgiganten als Google, Apple, Facebook en Amazon, die op allerlei niveaus al middenin de financiële transacties zitten en die geliefd zijn onder millennials — is de stap naar eenvoudige bancaire dienstverlening al volop gaande, dan wel zo gezet.

Mobiele telecomproviders doen ook een duit in het zakje. Zo is in Afrika beltegoed een geaccepteerd betaalmiddel voor mensen zonder bankrekening. Tel daar de groei van het bankloze crowdfunding en van alternatieve geldsoorten als Bitcoin bij op. Denk aan het succes van peer-to-peer leenplatforms als zopa.com in de VK en Lending Club in de VS, waar al voor $ 6 mrd — zonder tussenkomst van een bank en met aantrekkelijke rentetarieven — is uitgewisseld tussen spaarders en leners.

Waarvoor hebben we banken nog nodig, en waarvoor niet? Staat de sector open voor cocreatie en netwerkplatforms? De banken staan duidelijk op een keerpunt. Laag vertrouwen, geringe loyaliteit en grote sympathie voor branchevreemde platforms en toetreders zijn vruchtbare grond voor grote veranderingen in de komende jaren.

Voor de banken betekent het dat ze nu echt wakker moeten worden, tradities loslaten en met volle kracht radicale innovatie nastreven. Want anders? De reiswereld, de muziekindustrie, de hotellerie, zelfs het taxiwezen: 'they never saw it coming'. Regelgeving kan vertragend werken, maar op termijn een fundamentele markttrend niet keren. Wie naar de verdwenen giganten op de Fortune 100-lijsten kijkt weet dat het steeds sneller gaat. Een markt van twee miljard millennials biedt volop kansen, maar dan moet je wel met de tijd meegaan.

 

 

Martijn Lampert

Directeur onderzoek bij Motivaction International

(* A BlogMasters Production)

 

Bron: Financieel Dagblad.

Lees meer »

Het gaat bij een start-up vaak meer om het leren en groeien en niet om de poen alleen...

'In dit bedrijf zijn we eigenlijk geen collega's. We zijn meer een hele grote familie.'
 
Als je teksten van dien aard hoort, of nog erger - leest op muren, koffiekoppen, visitekaartjes of aanverwante media binnen een bureau - dan is de teloorgang op z'n minst ingezet en de lol is er sowieso wel af. Als je het moet zeggen - dan is het niet meer zo. Het thema van de terugkerende Creative Amsterdam sessies afgelopen week was Act Like A Start-Up; een prachtig onderwerp waarover de afgelopen maanden - zie het www - wereldwijd veel is gesproken. De voor de hand liggende reden is dat er grote zakeninstituten omvallen. Tegelijkertijd blijft het aantal starters vooral ook in de marketingcommunicatie industrie toenemen en zitten daar grote successen tussen. Aan het woord waren vier merkenbouwers uit de creatieve industrie. Steven Blom (Managing Director and entrepreneur, TomTom Taxi), Simon Neate-Stidson (Senior Strategy Director, Blast Radius), Tara Ross (Chief Community Officer, Appsterdam) and Gilles de Smit (Founder/CEO, 22tracks). Wat zij de zaal moesten vertellen was. Hoe blijf je wakker als bureau? Hoe blijf je flexibel en succesvol? Hoe houd je de lol er in? Oftewel - wat kun je leren van een start-up? Een en ander met Britse humor aan elkaar gepraat door bedenker en samensteller van de avond, Kerrie Finch, CEO, van de FinchFactor.
 
Wees flexibel, snel, innovatief, persoonlijk, open, ondernemend, geef om je klanten, beoordeel personeel echt op de capaciteiten, minimaliseer hiërarchie en - heb passie. Die kijk op de zaak kwam bij alle sprekers wel min of meer voorbij. En Simon Neate-Stidson voegde daar terecht aan toe dat al die zaken te leren zijn - alleen passie niet. Door de vier sprekers ook nog in wat minder keurige bewoordingen naar voren gebracht - het gaat bij een start-up vaak meer om het leren en groeien en niet om de poen alleen. De corporate ladder is er nog niet en ass kissing om 'm te bestijgen dus ook nog niet noodzakelijk. Er valt geen verleden te overwinnen. Human Resources is er niet. Niets tegen HR maar als iedereen, iedereen nog kent werk je makkelijker saamhorig. En... fouten maken mag. En fouten kunnen maken - daar was iedereen het behoorlijk over eens, is een voorwaarde voor al het goeds wat de start-up als voorbeeld te bieden heeft.
 
Steven Blom van TomTom Taxi wist dat behoorlijk overtuigend te illustreren. Het publiek durfde namelijk in aanvang nauwelijks vragen te stellen. Aan Kerrie Finch lag het niet, want haar grappenbarrage zorgde wel voor gelach. 'Kun jij even je mond houden want je bent me veel te succesvol.'  'Volgende keer niet te laat komen.' En: 'Iemand nog een vraag? Jij daar. Mooi. Wel een eind lopen zeg.’ Men kwam ietwat los - maar echt wat zeggen, nee. Tot Blom zijn zelf uitgevonden Sendsteps inzette. Het is een applicatie waarmee mensen in het publiek gratis via twitter, sms en internet vragen kunnen stellen aan een spreker. Die vragen verschijnen dan groot op een scherm, zo in de powerpoint presentatie. Tot dan toe keken we tegen een gemiddelde van twee gefluisterde vragen per spreker aan. Vanaf het moment dat het anoniem kon, werden het er tientallen. 'Kijk', zei Blom. 'Dat is vaak precies het verschil tussen een grote onderneming en een start-up. Ben je met vijf of tien man dan gedraag je je anders dan wanneer het er meer dan tweehonderd zijn. Dan worden geen vragen gesteld en wordt er geen kritiek meer geuit. Mensen zijn bang om fouten te maken. Schep een omgeving waarin mensen blijven durven. Niet alleen is dat winstgevender uiteindelijk - iedereen wordt er ook een stuk vrolijker van.' En dat kwam hem op het meest overtuigende applaus van de avond te staan.'
 

 Van onze BlogMasters verslaggever.

Lees meer »

MOTIVACTION - 'RESEARCH AND STRATEGY'

Schermafbeelding2016-11-26om140138.png

Ze zijn met twee miljard, verspreid over de hele wereld, vooral in de opkomende economieën. Maar scheer ze niet over één kam, adviseert het Nederlandse marktonderzoeksbureau Motivaction, dat deze ‘millennials’ op basis van een grootschalig onderzoek in kaart bracht.


Ze zijn meer wereldburger dan voorgaande generaties en ook bereid om meer risico te nemen. Ze dromen vaker over persoonlijke en maatschappelijke vooruitgang en durven hun dromen ook vaker in daden om te zetten. Je vindt ze over de hele wereld, maar vooral in opkomende markten als Brazlië, Rusland, India, China en – in mindere mate – Zuid-Afrika.
We hebben het hier over ‘Millennials’, mensen die geboren zijn tussen grofweg 1980 en 2000 en een belangrijke rol spelen in ‘Glocalities’, het grootste onderzoek ooit naar markttrends en waardensegmentatie, uitgevoerd door Motivaction (onder ruim 48.000 mensen in 20 landen).

Doel van het onderzoek was onder meer de millennials in specifieke segmenten te verdelen. Welke segmenten zijn dat en waarom is dat nodig? Research director Martijn Lampert: ‘Een scherpere herindeling is bij uitstek nuttig voor iedereen die vanuit marketing- of marketingcommunicatieoogpunt met millennials te maken heeft. En dat zijn er nogal wat. We onderscheiden vijf segmenten op basis van hun drijfveren, van klein naar groot: 11 procent bestaat uit Socializers, die houden van vrijheid, entertainment en ook van familiewaarden. Conservatives, zo’n 15 procent, houden van duidelijkheid, structuur, etiquette en tradities. Dan zijn er Achievers, 20 procent, ondernemingslustige netwerkers die naast familie, maatschappelijke vooruitgang zeer belangrijk vinden. Ongeveer 23 procent bestaat uit Creatives, idealisten met een open geest die voor wie zelfontplooiing cruciaal is. Als vijfde groep de challengers, met 32 % een heel belangrijk nieuw martksegment; competitief ingesteld, risicozoekend en avontuurlijk, gefascineerd door vooruitgang en geld.

Schermafbeelding2016-11-26om140157.png

Toch nog vrij algemene begrippen om iets mee te kunnen doen…

‘Dat verandert snel als je er een specifiek product uitlicht en inzoomt op lokale markten. Neem de bankensector, die aan de vooravond van een revolutie staat. Slechts 27 procent van de millennials zegt vertrouwen in banken te hebben. Bijna de helft hoopt dat er alternatieven voor banken zullen komen; meer dan 66 procent vindt het van groot belang te weten waar banken in investeren en 57 procent vindt dat banken moeten worden beoordeeld op hun positieve maatschappelijke bijdrage. Dat is zwaarwegende informatie, helemaal als je weet dat je als financieel merk bij millennials nauwelijks op loyaliteit kunt rekenen en dat wel geliefde techgiganten als Google, Apple, Facebook en Amazon op het vinkentouw zitten om de financiële markten te betreden.’

Waarin onderscheidt de millennial zich van de generaties die de bankcrisis en de financiële schandalen hebben meegemaakt? 

‘In het feit dat zij als early adopters veel vatbaarder zijn voor alternatieven en niet kampen met de ballast van het verleden. De bank is toch nog steeds een vaste waarde in veel volwassen mensenlevens. Maar toen de gemiddelde millennial opgroeide, volgden crises en schandalen elkaar op en werd het bankkantoor ingewisseld voor de pinautomaat en betaal-apps. Wil je als sector die twee miljard consumenten niet laten glippen, zul je dus snel met radicale innovaties én een ander verhaal moeten komen.’

De oudste millennials zijn nu 34 jaar. Hoe zou je die moeten benaderen?

‘Inspelen op hun drijfveren. Nike bijvoorbeeld blijkt met ‘Just do it’ bijzonder goed te doen bij de Braziliaanse Achievers en die worden dan haast vanzelf gevolgd door de wat minder kapitaalkrachtige Challengers. Ikea sluit met de BookBook-campagne uitstekend aan bij de mindset van westerse Creatives, zelfontplooiers met een open geest. Nescafé is ook een mooi voorbeeld. In China heeft het merk zich verbonden aan Han Han, de populaire blogger, zanger en rallyrijder – “rebel writer” genoemd door CNN. In de uitingen zit hij op een motor in spijkerbroek en leren jack, met een rode mok Nescafé in zijn hand. Nescafé spreekt hiermee perfect de Chinese Achievers aan, ondernemende netwerkers en kien op maatschappelijke vooruitgang. Het merk floreert dan ook.’

En hoe moet het juist niet?


‘Het Franse L’Oréal stelt nog steeds: A luxury brand does not adapt to it’s consumers. Maar ze hebben laatst wel Garnier uit China moeten terugtrekken omdat de sombere en “Paris chique” ogende modellen daar maar niet wilden overtuigen. En dat terwijl concurrerende lokale cosmeticamerken met skin whitening-producten en door de nadruk op de daar zo geliefde “sprekende ogen” te leggen, dezelfde markt wel hebben veroverd. Westerse marketeers hebben in de opkomende economieën te veel vanuit het eigen referentiekader gecommuniceerd. Daar kon je heel lang mee wegkomen, maar de tijden zijn veranderd. De Challengers in het bijzonder staan ver af van de mindset van veel westerse marketeers. Ze zijn nog niet zo welvarend, werken zich op, willen risico’s nemen en hebben via hun smartphone toegang tot de wereld. Wil je hen bereiken, dan moet je met andersoortige communcatie komen.’

Schermafbeelding2016-11-26om140221.png

Dus: segmenteer de markt in de opkomende economieën, baseer je campagnes op diepgravend marktonderzoek en de toekomst is aan u?

‘Duidelijk is dat de westerse one size fits all-benadering niet meer volstaat. In Nederland bijvoorbeeld is Nescafé, waar we het net over hadden, gewoon een mainstream merk dat alle mentaliteitssegmenten bedient. In China is het juist van belang om scherp in te zetten op een groeisegment en de brand awareness te verhogen. Precies zoals ze dat gedaan hebben.’

Moeten reclamebureaus personeel uit BRIC-landen in huis halen?

‘Je ziet dat al gebeuren, reclamebureaus ook in Nederland worden hand over hand internationaler. We zitten echt in een nieuwe fase van globalisering. Met meer dan 40 procent van de wereldbevolking in de BRICS, en een steeds zelfbewustere middenklasse, is de noodzaak van “glocalisering” van campagnes en branding-strategieën groter dan ooit. Kijk naar de Fortune 100-lijsten van tien, vijftien jaar geleden en zie welke giganten zich niet hebben aangepast en nu dus verdwenen zijn. Het kan snel gaan, dezer dagen.’

Lees meer »